Verdachte McDonald’s-moorden weigert medewerking in Pieter Baan Centrum, inhoudelijk strafproces begint dit najaar

Veysel Ü. (34) uit Rozendaal, de verdachte van de McDonald’s-moorden in Zwolle, weigerde mee te werken aan zijn observatie in het Pieter Baan Centrum. Dat was donderdag de conclusie van de rechtbank tijdens een zogeheten pro-formazitting. De advocaat van Ü. noemde het “deels meegewerkt”. Het was echter onvoldoende voor de deskundigen om een oordeel te vellen over de geestelijke vermogens van Ü. Daarnaast werd duidelijk dat het inhoudelijke strafproces tegen de vermeende moordenaar eind november van start gaat.

Veysel Ü. was vandaag niet zelf aanwezig in de Zwolse rechtbank. Hij liet zich vertegenwoordigen door zijn advocaat Michel van Stratum, die meldde dat Ü. bij de inhoudelijke behandeling in het najaar wel verschijnt. De rechtbank maakte dat minder vrijblijvend door hem een bevel op te leggen om te verschijnen. De rechtbank vroeg de raadsman hoe het momenteel met Ü. gaat. “Daar ga ik niets over zeggen,” was de korte reactie van Van Stratum. 

Tbs-maatregel
De advocaat was ook kort van stof toen de rechters hem vroegen waarom Ü. weigerde mee te werken in het Pieter Baan Centrum. “Hij heeft niet met alle onderzoekers willen praten,” aldus Van Stratum. “Het is daardoor niet duidelijk geworden of er sprake is van een psychiatrische stoornis.” De observatie van Ü. was geëist door het openbaar ministerie. Een reden om niet mee te werken kan een poging zijn om te voorkomen dat de rechtbank een tbs-maatregel oplegt. 

Advocaat Rafaël Schreudering zei namens de familie Torunlar dat de weduwen en kinderen nog bezig zijn met het opstellen van een schadeclaim. Ook is het nog niet duidelijk of de nabestaanden gebruik gaan maken van hun spreekrecht. De inhoudelijke zitting staat op de agenda voor 28 en 30 november.

Zakelijk probleem
Ü. besprak op 30 maart vorig jaar rond 17.00 uur een zakelijk probleem met de broers Ali (57) en Huseyin (62) Torunlar in het restaurant van McDonald’s Zwolle-Noord. Een uurtje later stond hij op om koffie te halen. Hij rekende af, liep terug naar het tafeltje en trok zijn wapen. Elf kogels werden afgevuurd, het ene slachtoffer werd vijf keer geraakt, het andere zes keer. De beide broers overleden ter plekke.

De bezoekers van het restaurant vluchtten in paniek het restaurant uit, hun jassen, tassen, kinderrugzakjes en babypoppen achterlatend. Ü. maakte gebruik van de paniek en rende met de mensenmassa mee naar buiten. Hij sloeg op de vlucht, maar meldde zich later die avond op het politiebureau in Deventer. Daar bekende hij direct de schutter te zijn geweest.